| Doopbogen, doopvont, dooptuin:
In de periode voor de hervorming was de kerk ingericht volgens
de rooms-katholieke traditie. Daarna kreeg de Sint Jacobskerk
een andere indeling en versiering. Rondom de preekstoel was de
dooptuin gebouwd; een lage omheining waarbinnen de doopvont zich
bevond.(De doopvont bestaat uit een zilveren doopbekken, dat wordt
geplaatst in de koperen doopbekkenhouder die aan de voet van de
preekstoel is bevestigd. De versieringen zijn 18e eeuws, in de
zg. Louis XVI-stijl. Aan de binnenkant prijkt het wapen van Cornelis
Lampsins. Op 6 september 1788 werd het doopbekken door Jan Apolonius
Cornelis Lampsins, baljuw der stad Vlissingen, aan de kerk ten
geschenke gegeven.)
Tevens stonden in de dooptuin de banken voor de ouderlingen. Buiten
deze afscheiding stond in de eerste decennia eigenlijk heel weinig.
Alleen tegen de wanden of pilaren waren voor gezagsdragers herenbanken
geplaatst. Men stond of zat rondom de dooptuin. Twee openingen
vormden de toegang tot deze dooptuin, welke versierd waren met
koperen doopbogen, vervaardigd in 1655 en 1656. Na de brand van 1911 zijn de doopbogen in het koorhek aangebracht
ter afsluiting van het verhoogde deel van het koor.
In het doophek bevond zich de koperen lezenaar uit 1652. Ook op
de preekstoel is een koperen lezenaar uit het begin der 18e eeuw
aanwezig.
|