| De kerk kwam in deze vorm grotendeels tot stand
in het begin van de 16e eeuw na voorafgaande vergrotingen. De toren
en het lage koor dateren mogelijk al uit 1328. In 1572 werd de kerk
voor de protestantse eredienst ingericht. Op 5 september 1911 viel
de kerk ten prooi aan een grote brand, waarbij alleen het stenen
casco en een deel der pilaren overeind bleven. Nadien werd het gebouw
weer opgebouwd, maar vele oude interieurstukken waren verloren gegaan.
In de periode 1953-1954 werd de kerk hersteld van de schade als
gevolg van de oorlog 1940-1945 en van de watersnoodramp van 1953.
In de jaren 1997-1998 werd het gebouw geheel gerestaureerd en
werd het interieur opnieuw ingericht, waarmee de kerk ook voor
andere doeleinden dan uitsluitend erediensten geschikt werd. Op
een van de pilaren aan de linkerhand was voor de brand het peil
aangegeven, dat het water in de kerk bereikte bij de vloeden van
1808 en 1825. Thans kan men aan sommige pilaren nog de inwerking
van het zoute zeewater zien, dat op 1 februari 1953 in de kerk
een hoogte bereikte van ongeveer 1.90 meter.
|
In 1572 werd, na de bevrijding van Vlissingen, de kerk
ingericht voor de hervormde eredienst. De eerste dienst
vond plaats op 28 september 1572. De Engelse bezetting (1585
- 1616) en het verblijf van vele Britse koop- en zeelieden
deden in Vlissingen een Engelse Presbyteriaanse gemeente
ontstaan, waaraan het noorderdwarspand van de Sint Jacobskerk
werd afgestaan. Een muur scheidde deze Engelse kerk van
de overige kerkruimte af. |
|
Een monumentale poort voor de gevel van het
Noordertransept aan de Oude Markt vormde de ingang van de
Engelse kerk. Deze situatie bleef bestaan tot de brand van
1911. Daarna (1914) werd een kerkgebouw gesticht aan de Paul
Krugerstraat. In 1964 werd dit ronde kerkje afgebroken ten
behoeve van de bouw van het nieuwe stadhuis. De eerdergenoemde
ingangspoort vormt nu de toegang tot het kerkkantoor en het
koor van de kerk aan de Branderijstraat. |
|